Index

De Elout 2020/2021

Hoofdstuk 3. Identiteit

3.1 Samen leren voor het leven

We geven onze christelijke identiteit vorm op een manier die past bij onze tijd en de omgeving waarin we werken. Met onze principes en uitgangspunten aan de ene kant, en openheid voor nieuwe en andere opvattingen aan de andere. Identiteit betekent voor ons méér dan levensbeschouwing. We zien onze identiteit ook terug in onze kernwaarden, de pedagogische opvattingen van de school en in de onderwijskwaliteit die we nastreven. De christelijke waarden vormen het uitgangspunt voor ons handelen en de belangrijke rituelen. Zoals alle SCOH-scholen streeft ook onze school ernaar een christelijke dialoogschool te worden. Een christelijke dialoogschool betekent dat we streven naar het expliciet uitdragen van onze christelijke identiteit en tegelijkertijd naar openheid en verbondenheid met andere levensbeschouwingen.

De identiteitsnotitie ‘Samen leren voor het leven’ is het gemeenschappelijke kader van waaruit alle SCOH scholen werken. Op zes gebieden (zie figuur 1) zijn richtlijnen en uitspraken gedaan die geldig zijn voor alle scholen binnen de stichting. Daarnaast is er voldoende ruimte voor verdere invulling van iedere school. Op onze school geven wij de christelijke identiteit vorm door onder andere door de dagopening, methode Trefwoord, vieringen, enz.

Op elke school van de SCOH vindt er aan het begin en aan het eind van de schooldag een moment van bezinning plaats, daarnaast worden de christelijke feesten gevierd. Waar mogelijk worden contacten onderhouden met de kerken en/of wordt deelgenomen aan wijkgerichte projecten. Open staan voor contact met de ouders. Behalve via de medezeggenschapsraad stellen de scholen het op prijs dat de ouders ook op andere wijze betrokken zijn bij het onderwijs dat aan hun kind(eren) wordt gegeven.

3.2 Respecteren van de grondslag

Wij zijn een open protestants-christelijke school, alle kinderen zijn welkom. Wij verwachten dat de ouders en hun kinderen gedurende de jaren dat de kinderen op school zijn de christelijke grondslag zullen respecteren en ondersteunen. Tijdens het aanmeldingsgesprek bespreken wij met u de wederzijdse verwachtingen. Ouders dienen zich te realiseren wat de consequenties zijn van hun keuze voor onze school. Dit geldt voor de waarneembare uitingen van de christelijke identiteit, zoals godsdienstles, bidden, zingen, vieringen. Het geldt ook voor de minder waarneembare uitingen. Hierbij denken we aan de wijze waarop leerkrachten, leerlingen en ouders met elkaar omgaan. We willen duidelijk zijn over onze normen en waarden. U mag ons daar op aanspreken, net zo als wij ouders en leerlingen daar op zullen aanspreken. Verder kan de school op basis van haar schoolidentiteit bepaalde keuzes maken als het gaat om lesmethoden en boeken en de wijze waarop daarmee wordt omgegaan. Van ouders verwachten we dat zij de vermelde zaken zullen respecteren en dat hun kind(eren) aan alle activiteiten volledig zullen deelnemen.

3.3 Kledingvoorschriften (SCOH)

Met de komst van (kleding-)uitingen als hoofddoek en chador, en de daarbij behorende media aandacht, is het vraagstuk rondom kledingvoorschriften relevant en actueel geworden. Dit vraagt om duidelijk beleid met betrekking tot de toelaatbaarheid ervan op SCOH scholen. Enige jaren geleden heeft SCOH als beleid vastgesteld dat er ten aanzien van gedragingen van personeel1 en leerlingen, waaronder het dragen van kleding de volgende criteria worden gehanteerd op de scholen van de SCOH:

  • Leraren mogen geen bijdrage leveren die strijdig is met de verwezenlijking van de statutair vastgelegde grondslag en doelstelling van de Stichting SCOH, zowel in woord als gedrag.
  • Kleding en gedrag mag niet expliciet refereren aan een andere godsdienstige overtuiging dan het protestants-christelijke (dus geen keppeltje, hoofddoek, chador, enz.).
  • Kleding mag niet onhygiënisch zijn.
  • Kleding mag niet aanstootgevend zijn (= tot ergernis wekken)
  • Kleding mag geen statement zijn dat in verband gebracht kan worden met discriminatie op ras, kleur, geaardheid, sekse of politieke overtuiging.
  • Kleding mag de veiligheid van de drager en anderen niet in gevaar brengen.
  • Kleding mag niet disfunctioneel zijn, i.c. het vervullen of uitoefenen van een taak of functie belemmeren.

Voor personeel gelden de regels 1 t/m 7; voor leerlingen de regels 3 t/m 7.

  • Aan zowel ouders als leerlingen is het niet toegestaan zich met gezicht bedekkende kleding in de school of op het schoolplein te bevinden op dagen dat er onderwijs wordt verzorgd.